VERBONDEN AAN

Integratie jongeren in Arnhem

Mede in opdracht van het Gemeenschappelijke Overleg Woningcorporaties Arnhem is door de vakgroep sociologie onderzoek gedaan naar de integratie van jongeren in Arnhem. Het onderzoek van promovendus Tobias Stark laat onder andere zien dat op gemengde scholen leerlingen een positieve houding krijgen ten opzichte van andere bevolkingsgroepen. Gemengde scholen bevorderen de integratie terwijl de leerprestaties gelijk blijven.

In het onder onderzoek ondervroeg Stark meer dan 2000 leerlingen op zo’n 40 scholen in Arnhem. Een deel van de leerlingen werd van groep 7 tot in de brugklas gevolgd. Uit het onderzoek blijkt dat op gemengde scholen positieve relaties kunnen ontstaan tussen leerlingen van verschillende herkomst. Op de positieve ervaringen met individuele klasgenoten baseren de leerlingen hun mening over de etnische groep van de klasgenoot, zo blijkt. Leerlingen in gemengde klassen die positief omgaan met klasgenoten van andere groepen, hadden later in het schooljaar ook een positiever beeld van de etnische groep van de klasgenoten in zijn geheel. Volgens Stark is dit van belang voor de samenleving. ‘Als kinderen en jongeren leren positief naar mensen van andere groepen te kijken, zullen ze later makkelijker met elkaar omgaan. Dit versterkt de sociale cohesie en leidt tot minder discriminatie.’

Soms averechts
Maar het mengen van leerlingen kan ook averechts werken, zo laat het onderzoek zien. In de schoolklassen die Stark onderzocht, gingen Nederlandse leerlingen die hun Turkse klasgenoten niet leuk vonden in de loop van het schooljaar juist negatiever kijken naar Turken in het algemeen. En allochtone leerlingen die hun Nederlandse klasgenoten niet leuk vonden, kregen een slechter beeld van alle Nederlanders. Leraren moeten het onderling contact dan ook actief stimuleren, aldus Stark. Uit zijn onderzoek blijkt dat kinderen hun vrienden vaak kiezen op basis van gedeelde interesses, zoals muziek of kledingstijl. Stark: ‘Daar kunnen leerkrachten op inspelen. Als leerlingen bewust worden gemaakt van een gezamenlijke interesse, zien ze eerder overeenkomsten dan verschillen, en zullen ze sneller vrienden worden.’